Wanneer heb je als vader recht op omgang?

Dat je de biologische vader bent van je kind, betekent niet automatisch dat je na een scheiding ook recht op omgang hebt. Omdat er veel onduidelijkheid bestaat over de vraag in welke situaties een vader na een scheiding recht heeft op omgang met zijn kind, zetten we het even voor je op een rij.

Ouderlijk gezag: recht op omgang

Als je als ouder het ouderlijk gezag over je kind hebt, heb je volgens de wet recht op omgang. Er zijn verschillende manieren waarop je met het ouderlijk gezag belast kan worden:

  1. Door huwelijk of geregistreerd partnerschap

Ben je getrouwd of heb je een geregistreerd partnerschap en krijg je samen een kind, dan is automatisch geregeld dat vast komt te staan wie de juridische ouders van het kind zijn. Ook worden de beide ouders automatisch belast met het ouderlijk gezag. Hier hoeven de ouders niets voor te doen. Ook na een scheiding, houden de beide ouders het gezamenlijk ouderlijk gezag. Het recht op omgang met het kind staat hiermee vast.

  1. Door erkenning en aanvragen gezamenlijk ouderlijk gezag

Heb je een samenlevingscontract met jouw partner en krijgen jullie samen een kind, dan moet je je kind eerst erkennen. Datzelfde geldt ook als er geen samenlevingsovereenkomst is. Door de erkenning wordt je juridisch vader en kun je samen met de moeder van het kind gezamenlijk gezag aanvragen. Dat kan tegenwoordig al online, zie: https://www.rechtspraak.nl/Uw-Situatie/Onderwerpen/Gezag

Is de leeftijd van het kind tussen de twaalf en zestien jaar, dan moet het kind ook toestemming geven voor de erkenning.

Geen ouderlijk gezag, toch recht op omgang

Er zijn een aantal situaties waarbij je geen ouderlijk gezag nodig hebt voor recht op omgang. Dat is bijvoorbeeld het geval als de juridisch vader met de moeder afspraken heeft gemaakt over de omgang met het kind, of als de rechtbank een regeling heeft vastgelegd. Ook al is er geen sprake van ouderlijk gezag, deze afspraken moeten worden nagekomen. Op basis van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) kan een vader ook het recht op omgang krijgen wanneer er sprake is van ‘family life’, ‘intended family life’ en ‘private life’. Het gaat dan om een nauwe persoonlijke betrekking met het kind:

Als er een nauwe persoonlijke band tussen de vader en het kind bestaat, kan de rechtbank bepalen dat de vader recht op omgang heeft. Er is sprake van een nauwe persoonlijke band, oftewel family life, wanneer de vader bij de geboorte aanwezig was en daarna geprobeerd heeft om omgang met het kind te hebben.

Heb je als vader vanaf de geboorte contact of omgang gewild, maar heb je dat door omstandigheden niet kunnen realiseren, dan spreken we van intended family life. Hierbij heeft de andere ouder in de meeste gevallen de omgang tussen de vader en het kind tegengehouden. Dus ook al was er nooit contact tussen de vader en het kind, dan kan de rechtbank toch bepalen dat de vader recht op omgang heeft.

Als er nooit sprake is geweest van family life of intended family life, dan kan de rechter het recht op omgang baseren op private life. Als vader moet je dan aannemelijk maken dat er bijkomende feiten of omstandigheden zijn die aantonen dat de omgang met het kind een belangrijk deel van het privéleven van de vader uitmaken.

Inperking door de rechter

Realiseer je echter dat ook al heb je op basis van al het bovenstaande recht op omgang, dit recht kan worden ingeperkt. Wil de rechter het recht inperken, dan moet hij aangeven door welke zwaarwegende concrete feiten en omstandigheden de omgang niet in het belang van het kind is.

Door alle verschillende situaties en omstandigheden blijft het een ingewikkeld verhaal. Neem vooral contact op om jouw specifieke situatie te bespreken via mariska@rechtaantafel.nl of bel 06-23479011.

Top